Analysis
De **Hoge Raad** oordeelde in december 2019 (Urgenda) dat de Nederlandse staat onvoldoende had gedaan om de uitstoot tegen 2020 met 25% te reduceren (ten opzichte van 1990), wat Jetten’s kritiek op *vertraagd beleid* onderbouwt. Echter, het **sluiten van kolencentrales** was toen nog niet concreet beleid: de *Kolenwet* (2019) voorzag in geleidelijke sluiting tegen **2030**, en de Urgenda-uitspraak dwong niet tot *onmiddellijke* sluiting. Jetten’s framing als *moeilijke keuze* was wel consistent met latere beleidsversnellingen (bv. **Klimatakkord 2019**), maar overschatte de urgentie in 2020.
Background
De **Urgenda-zaak** (2013–2019) was een mijlpaal waarin de rechter de staat verplichtte om klimaatdoelen harder na te jagen. Het **Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)** rapporteerde herhaaldelijk dat Nederland achterliep op de Europese en internationale afspraken (bv. **Parijsakkoord**). Kolencentrales waren toen goed voor ~15% van de Nederlandse CO₂-uitstoot, maar alternatieven (zoals gascentrales met CCS) waren nog in ontwikkeling.
Verdict summary
Jetten's bewering dat het kabinet te lang heeft gewacht met serieus klimaatbeleid wordt grotendeels bevestigd door de **Urgenda-uitspraak** en rapporten van het **PBL**, maar de noodzaak tot *versneld* sluiten van kolencentrales was in 2020 nog onderwerp van politiek en juridisch debat.